Onderzoek: Grote gezondheidsverschillen tussen kinderen

Dit artikel is 521x bekeken...

De internationale onderzoekers die binnen het grote Europese onderzoek EUROlinkCAT onderzoek hebben gedaan naar de gezondheid van kinderen met en zonder aangeboren afwijkingen, hebben met dit onderzoek toch opvallend grote gezondheidsverschillen tussen deze kinderen ontdekt. Met name in het aantal ziekenhuisopnames, sterfgevallen en het aantal behandelingen valt dit op. In Europa worden er jaarlijks meer dan 130.000 kinderen geboren met een aangeboren aandoening. In ons eigen land gaat het om 1 op de 33 geboren baby’s. Dit meldt het UMCG.

Door het projectteam werd ontdekt dat ongeveer 97 van de 100 kinderen die zijn geboren in 2005-2014 met een aangeboren afwijking, de leeftijd van 10 jaar bereikten. Als een kind met een aangeboren afwijking overlijdt, is dat meestal al in het eerste levensjaar. Of een kind daadwerkelijk overleeft is ook afhankelijk van de ernst van de aangeboren afwijking. Als er meer dan één aangeboren afwijking aanwezig was, nam de overlevingskans flink af. Opvallend: kinderen geboren tussen 2005-2014 hadden een aanzienlijk grotere kans om een aangeboren afwijking te overleven in vergelijking met kinderen geboren tussen 1995-2004. Ook waren er grote verschillen in overleving tussen verschillende Europese regio’s.

Ook meer risico op andere ziektes  

Kinderen geboren mét aangeboren afwijkingen hadden 40% meer kans op astma dan kinderen zónder aangeboren afwijkingen. De resultaten toonden ook aan dat kinderen met chromosomale afwijkingen, zoals het syndroom van Down, twee tot drie keer meer kans hadden om diabetes type 1 te ontwikkelen in vergelijking met kinderen zonder aangeboren afwijkingen. Bijna de helft van de kinderen jonger dan één jaar geboren met een ernstige hartziekte had cardiovasculaire medicatie nodig om hun aandoening te behandelen, maar dit daalde tot één op de zes na één jaar.

Vaker ziekenhuisopname 

Kinderen met aangeboren afwijkingen gingen vaker naar het ziekenhuis dan kinderen zonder aangeboren afwijkingen; 85 procent van hen werd in het eerste jaar opgenomen tegen 31 procent van de kinderen zonder aangeboren afwijkingen. Eenmaal opgenomen bleven deze kinderen twee tot drie keer langer in vergelijking met kinderen zonder aangeboren afwijkingen. De vooruitzichten zijn positiever na het eerste jaar, met minder en kortere verblijven.

Kinderen met aangeboren afwijkingen werden vaker en op jongere leeftijd geopereerd dan kinderen zonder aangeboren afwijkingen.

 

Dit artikel is 521x bekeken...